Bij deze een verslag van de vijfdaagse, die enorm verrijkend, confronterend en onnoemelijk heerlijk was…
Maadagochtend vertrokken we richting Brownsberg, een natuurpark op 130km ten zuiden van Paramaribo, gelegen op een plateau van ongeveer 500m hoogte. De rit zou een kleine 3 uur duren. We begonnen aan de klim en werden zowat halverwege het plateau afgehaald door Radjen, die al boven was en ons met een ander busje tegemoet kwam. We laadden het ene busje uit en het andere weer in, en hernamen de klim. Toen we de eerste helling opreden, begon de misérie al. We bolden achteruit en de rem zorgde ervoor dat we aan het slippen gingen. Dankzij een stevige ruk aan de handrem stonden we uiteindelijk toch stil. Bijna-doodervaring nummer 1. We reden toen nog even verder, om na een honderdtal meter opnieuw achteruit te schuiven, dit keer omdat de remleidingen geknapt waren. De keuze was snel gemaakt: we gaan te voet!
Marcel nam het op zich om het remloze busje tot boven te krijgen, dus gaf hij vol gas en stoof de berg op. Het regende, dus de weg was gevaarlijk glad. We hebben dan ook een paar keer moeten sukkelen met boomstammen en rotsen achter de wielen om tegenliggers door te kunnen laten. Een keer was een tegenligger niet zo galant om Marcel door te laten (want de oprijdende bestuurder heeft voorrang), met een kleine botsing tot gevolg, allemaal zonder veel erg. De groep trok dus rustig te voet de berg op, om kleddernat toe te komen in onze hut, waar we ons warmden aan koffie en brood.
Nadat de hangmatten waren opgehangen, trokken we het woud in, op weg naar de Irenevallen, een kleine waterval beneden het plateau. De heentocht duurde een uurtje, en naarmate we dichterbij kwamen, begon het steeds harder te regenen. En dat in een regenwoud. Flauw mopje. Ha ha.
De terugweg was hels, omdat we het grootste deel van de weg steil stegen, en we merkten dat onze conditie te wensen overliet, maar we hebben het toch gehaald. Na een ijskoude douche, een deugddoende maaltijd en een gezellige babbel hebben we nog even aan de bar gezeten (niet teveel bij voorstellen: enkele krukken, een houten plank en een afdakje) om uiteindelijk niet te laat in ons bed te belanden. Hangmatten liggen bij nader inzien toch niet zooo geweldig goed, maar we waren te moe om te klagen.
Dinsdag begonnen we de dag met een korte trip door het woud, op zoek naar brulapen. De zon brak door en na een uurtje besloten enkelen terug te keren. We legden onze natte kleren buiten en ze droogden op een mum van tijd. De rest kwam iets later aangehuppeld met de boodschap dat ze toch brulapen hadden gezien. Bummer, ik had het graag meegemaakt. Maar mijn kleren waren tenminste droog
We stapten in de bus (een ander busje dat Lollypop en Radjen hadden gebracht) en reden de berg af. Marcel ging het kapotte busje dit keer de berg afrijden, dus wachtten we geduldig beneden. Tot we telefoon kregen dat hij na enkele bochten al gestopt was, omdat het te gevaarlijk was. Duh! Radjen moest dan maar weer de berg op, Marcel gaan halen. Ondertussen wachtten wij geduldig op onze reisleiders.
We vertrokken opnieuw, en reden tot aan Atjoni, waar we onze tocht verderzetten op het water. Het was ondertussen al aan het schemeren, en we hadden een boottocht van een goed uur voor de boeg. Combineer deze twee gegevens met een aquafobische Marion, stroomversnellingen en gigantische rotsblokken die opduiken in het midden van de rivier en het plaatje is compleet: bijna-doodervaring nummer twee!
We meerden aan op een idyllisch plekje (dat we pas konden zien in het zonlicht van de volgende dag), aten lekkere vis en doken ook vrij vroeg ons bed in. Dit keer sliepen we in hutten, op bedden met klamboes (muskietennetten).
Woensdag voeren we verder naar het dorp van Papa Da, onze bootsman, waar we kennismaakten met een van zijn vrouwen, en enkele van zijn 24 (!!) kinderen. De kleine ADHD’er Manuel stal ons hart, maar bleek ook nogal ondeugdend.
De rest van de dag konden we relaxen, vissen, slapen, zonnen,… en ’s avonds maakten we een kampvuur. Door de trage bbq (meer een toestel om vlees en vis te roken) konden we pas eten om 22u, maar het smaakte des te meer. We brachten nog enkele gezellige uren door bij het kampvuur, en gingen daarna slapen, hoewel ik vrees dat sommigen nachtmerries hebben overgehouden van het aanbeeld van de vele vogelspinnen in het dorp, die op de bomen zaten en dus niet gewoon in het rond kropen maar ook de weg naar de hutten hadden gevonden. Ik liet het niet aan mijn hart komen en sliep als een baby.
Donderdag brachten we een bezoek aan een marronsdorp in de buurt, waar we een hoop authentieke souvenirs kochten en mannen en vrouwen in niet meer dan een pangi (kleurrijke lendendoek) zagen werken, wassen en koken.
We voeren met de boot verder de Surinamerivier af met de boodschap dat we nu en dan zouden moeten uitstappen om de boot over steilere stroomversnellingen te loodsen. Met hoge stappen om het grijpende wier te vermijden, en kleine pasjes om de rotsen en hun grillige vormen te overmeesteren, duwden we de boot enkele tientallen meters de rivier op. Wat een geweldige ervaring! Iets verderop was de stroomversnelling te heftig om te trotseren, dus maakten we de boot vast aan een rots en gingen we chillen in het water en op de rotsen. Een hele namiddag zwommen we, zaten we onder mini-watervallen en droogden we op de rotsen. Het weer was uiteraard geweldig. Op de terugweg moesten we wederom de boot slepen, maar dit keer naar beneden om te voorkomen dat hij genadeloos tegen de rotsen te pletter stortte.
Die avond heb ik een heerlijk gesprek gevoerd met Alex, de Nederlander die in Suriname zijn hart heeft verloren en ons ook begeleidde op de trip. We gingen nog kaaimannen spotten (maar vonden er helaas geen) en kropen tegen 2u ons bed in.
Vrijdag trokken we weer richting marronsdorp, maar dit keer om het Ananasgebergte te beklimmen. Papa Da gidste ons door het oerwoud en waarschuwde ons voor gevaarlijke planten en kuilen. Op een bepaald moment voelde ik een scherpe pijn aan de zijkant van mijn voet en ik zag centimetergrote termietem krioelen over de grond. Lopen was de boodschap!! De uiteindelijke klim op de berg zelf was best wel lastig, maar het uitzicht loonde de moeite.
Bij ‘thuis’komst pakten we onze zakken en begonnen we aan de terugweg. Een boottrip van 3,5 uur met aansluitend een busrit van minstens 6 uur… het beloofde zwaar te worden, maar we waren allemaal ongelooflijk voldaan en hadden een heel weekend om rustig te bekomen.
Bij deze heb ik mijn laatste werkweek ingezet en binnen exact 7 dagen vertrek ik terug naar huis. Het is mooi geweest. Prachtig zelfs. Maar het thuisfront lonkt, en ik lonk terug.
Ik ben het kabeltje van mijn fototoestel vergeten, dus de foto’s volgen later deze week. Ik zal nu even kijken wat ik met de Galibifoto’s kan aanvangen…